Ga naar de inhoud

Homeopathisch


De grondlegger van de Homeopathie is Samuel Hahnemann, arts en scheikundige. In de tweede helft van de 18de eeuw ontdekte hij een belangrijke natuurwet. Te weten “een stof die in de gezonde persoon bepaalde verschijnselen kan opwekken, is ook in staat diezelfde verschijnselen bij de patiënt te genezen.” Dit similia pincipe werd dan ook het basisprincipe van de Homeopathie. Homeopathie is een natuurlijke en wetenschappelijke geneeswijze.

Het woord Homeopathie is afgeleid van uit de Griekse woorden; homoios (gelijksoortig) en pathos (lijden). De homeopathische geneesmiddelen bestaan uit stapsgewijze verdunde hoeveelheden van de gebruikte stoffen van planten.
De benadering binnen de Homeopathie is volgens het principe Similia Similibus Curentur (“het gelijke wordt door het gelijkende genezen”).

De Homeopathie maakt een totaaldiagnose van de cliënt. Daartoe stelt de homeopaat open vragen aan de cliënt. Er wordt gekeken naar de psychische, somatische en sociale factoren. De homeopaat stelt een diagnose vast op basis van de klacht en hun specifieke symptomen.

Daarnaast wordt gekeken naar de karakteristieke symptomen van de cliënt. Die karakteristieke symptomen komen vaak overeen met de karakteristieke symptomen van een bepaald homeopathisch geneesmiddel. De klachten van de cliënt worden in een bepaalde hiërarchie geplaatst en worden op volgorde van rangorde aangepakt door de homeopaat.

Homeopathische zorgverleners zijn arts of therapeut en ze werken vanuit verschillende behandelperspectieven.